donderdag 27 oktober 2011

Foto's


Jongetje met rode broek

Pompoen-vrouwen


Amerika fan

Uit ons dak

Ik bij een latrine in wording

Zweed (Peter) die geknipt wordt

woensdag 12 oktober 2011

KAK

Kak, stront, pies en poep. In een notendop de sleutelwoorden van mijn dagelijkse beslommeringen hier. Maar hoe begint zo’n dag?

“Munu, Munu! Bye! Munnnuuuuu BEY! MUNU BEY!!!!!!!!! MUNU BEY!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Het is ochtend, 5 minuten voor 8 en ik heb net mijn laatste restje weetabix van mijn achterste kies weggeschraapt. Mijn groet wordt onthaald met 20 vieze kinderhandjes. We murmelen wat en als ik 20 stappen later bij de gate ben van het kantoor nemen we weer afscheid. Bye! Op mijn werk heb ik mijn dagelijke ritueel van gehoi - hoe gaat het - het gaat goed - en ik heb lekker geslapen – en jij? En dan back to business. De business van poep dus. Tja, in sommige dingen rol je gewoon in. Vooruit, ik zal het niet hebben over mijn eigen maaksels want dat is vies.

Gisteren was ik in een dorp. Of eigenlijk een voornamelijk vluchtelingenkamp waar mensen besloten hebben te blijven. We stoppen met de nodige 4 wheel wagens op een stoffige weg. De deur moeten we voorzichting dichtklappen om te voorkomen dat er 10 kinderhandjes tussen zitten (is me een keer echt overkomen, en dat was niet tof). Dus goed, zonder gekneuste handjes maken we elegant onze entree. Onder een boom staat een bank met een bloemetjes patroon. Dat is wel wat voor mij. Na een uur en af en toe wat beleefde begroetingen (en ooh en ahhh de muzunghu spreekt twee woorden Luo –hoewel ik me schaam dat ik nog zo weining kan is het toch altijd mooi als mensen onder de (beleefde?)  indruk zijn) druppelen de mensen ‘binnen’. We beginnen met ons voorstelrondje en met de gebruikelijke opmerkingen dat ik een man moet huwen in het dorp.

Hmmm een Acholi man? Laatst was ik bij een training voor onderwijzers over Hiv/Aids en gender. Nu is Hiv/Aids zeker niet aan te raden, maar de gender heeft het zeker ook niet makkelijk. De conclusie van de mannen was dat de vrouw een mens met borsten is, een kind kan produceren, zwak is, te emotioneel en flexibel. Meerdere vrouwen? ‘Ja is cultuur.’ De man de baas? ‘Ja, is cultuur.’ Onder een hoop gegiechel natuurlijk: mannen giechelen ook! Of is dat cultuur?

Goed terug naar onze meeting. Wij hebben ons voorgesteld. Zij ook. Nu is het zaak de speurneus op te zetten. We beginnen met wetenschappelijk het dorp in kaart in te brengen. Na wat gerotzooi met stokjes, as en steentjes ligt het dorp voor ons op de grond. Waar zijn de latrines? Twee van de 72 huishoudens heeft er een. En de rest dan? Ook hier laait een golf van gegiechel op maar dan een met zowel mannen als vrouwen. Als oplossing gaan we door het dorp lopen. We lopen langs uitgestrekte velden, hoog gras, wat hutjes en wat loslopende geiten en koeien. En dan is daar eindelijk waarvoor we hier zijn. Het ligt op de grond, het lijkt nog vers, het is eigenlijk vrij groot en er zit een vlieg op. Oh, en die zit nu op mijn hand. (Grapje, ik zit achter de computer). Met wat tegengestribbel raapt de lokale chief het goedje op en neemt het naar onze plek met de bloemetjes bank. Eenmaal terug trekken de mensen na wat activiteiten (met water en poep) de conclusie dat ze hun eigen poep eten. Dat is niet lekker. Dus nu is iedereen een latrine aan het bouwen. Dat is leuk om te zien en ik ben heel benieuwd of het ook echt zo is...

Dan, andere dingen in mijn leven: het is hier nu heet, ongeveer 35 graden en het wordt alleen maar warmer. Ik heb mijn haar geknipt en het is best leuk vind ik zelf. Ik heb vrienden gemaakt. Ik ben SUPER goed in poolen, of de anderen zijn ongelooflijk slecht. Ik ben niet echt goed in het bijhouden van een blog. Ik mis jullie af en toe best wel en jullie krijgen een grote dikke kus!

dinsdag 28 juni 2011

Respect


Nu, na ruim drie maanden is er een ding wat regelmatig bij mij naar boven borrelt. Goed, naast de oprispingen van rijst en bonen  is er dus ook nog iets anders. Ik heb de mensen hier nu een aardig tijdje kunnen observeren. Vanuit de auto, bus, brommer, soms lopend en regelmatig staan ze in grote groepen voor me. Met een schop en een kleurige rok zie ik vrouwen, kinderen en soms een man elke dag in hun land staan. Hoewel de klederdracht me nog niet heeft kunnen overtuigen wilde ik in ieder geval voelen hoe het voelt: ploegen. Iets met mijn handen doen. Of iets doen.

Dus op een zonnige zaterdag, na een hollandse uitslaapochtend, keek ik met verbazing over ons ‘compound’. Een grassig stuk grond, met drie belabberde bananenbomen. Hier en daar een kale plek en een basketbalnet dat ik nog niet eerder had gezien. Met mijn haar in een staart en mijn beige driekwartbroek ging ik op zoek naar een nuttig contact in mijn telefoon. Een poosje later was hij er dan, de ZOA landbouwpersoon. Met een schop, nog drie bij elkaar gescharrelde buren en de zon hoog deed ik dan mijn eerste ervaring op. Mijn idee was om een grootschalige groentetuin te beginnen. Maar na 15 minuten kwamen de eerste zwellingen op mijn handen tevoorschijn en na 20 minuten liep er een wit straaltje langs mijn hand naar beneden op mijn moestuin. Totdat de genadeslag kwam: de schop kwam regelrecht in mijn linkergrote teen. Mensen die me een beetje kennen, weten dat mijn rechterkant zowat invalide is, dus excuseerde ik me mompelend onder het mom van ‘ik ga water voor jullie halen’.  Goed, mijn groentetuin staat er, hoewel het meer voldoet als een moesstuin voor een playmobiel poppetje waar tot nu toe 1 tomatenplant, 5 koolplanten en 4 zonnenbloemen het hebben overleeft.

Dan die ene avond. Het was donker. Donker zoals je het je bijna niet voor kunt stellen. Ik kwam terug van mijn Luo les (heb er nog niet heel veel gehad...) en ging dus terug naar huis. In het donker. In de verte zag ik iets op de grond. Iets langwerpigs en dunnig. In mijn hoofd raasde die ene optie maar dat zou wel erg toevallig zijn, ja toch? Dus ik liep heldhaftig verder. Toen was ik heel dichtbij en ik heb geloof ik nog nooit zo hoog gesprongen en hard gesprint. Nu zie ik schoenen aan voor enge beesten, schrik ik van een stukje plastic op de grond en is de doom mosquito killer mijn beste vriend.

Hoewel ik het inburgeringslintje nog niet heb verdient en ik soms dus wat schichtig door de straten loop omdat alles wel op een beest lijkt, begin ik me steeds meer te realiseren dat ik hier echt woon, tussen de hutten, koeien en geiten. Ikzelf in een gewoon huis, hoor. Ik vind het fantastisch om met de brommer (op of achterop) door de velden te rijden, de boeren te bezoeken of in opeengepakte busjes naar onbekende plaatsen te gaan.

Verder moet ik nog een groot misverstand de wereld uit helpen. Gisterenavond hadden we een groot feest in ons huis omdat een van de collega’s vertrekt. Het begon natuurlijk met de gebruikelijke speeches en een urenlange rammelende lege maag. Achter ons lagen de geit en de kip al koud te worden. Maar dan met etenstijd begint het werk: het bord wordt met grote precisie tot zijn maximale capaciteit gebruikt. Het resultaat is een mega afvalberg met etensresten. Geen Ugandees die dat hele bord op kan eten. Geen zelfbeklag wanneer het eten in de afval emmer wordt gekieperd. Geen commentaar. Tot gisterenavond dan, want ik heb ze maar een lesje geleerd: in Afrika hebben de meeeste mensen honger... Maar goed, zelfs in ons huis wordt er heimelijk geklaagd als we precies genoeg te eten hebben. En ik, die gewend is om mijn bord leeg te eten, moet nu dus aan de Sonja.

Tot slot, ik zie er nog steeds hetzelfde uit, misschien iets rodere neus, was soms mn haar met warm water wat ik dan van te voren kook, maar vanochtend was het ijskoud. Sommige mango’s vind ik lekker andere zijn vies, ik mis jullie bij vlagen en het bier op een Utrechts terras. Op het werk gaat het steeds beter. Deze week ben ik de acting programma manager en nu ook officieel de manager van water en sanitatie. Dus ik doe nu een snel cursus hygiene. Altijd je handen wassen voor het eten!

Nou, tot gauw! Vast sneller dan de vorige keer! Want ik heb best veel te vertellen.Grote kus van mij.

zondag 27 maart 2011

"ik heb niet veel te vertellen"

“Ik heb niet veel te vertellen, maar mijn dank is groot dat ik het woord mag nemen.” Als je dit hoort, weet je hoe het laat het is. Of beter gezegd, dat het laat gaat worden. Gisteren was ik uitgenodigd voor een welkomsfeestje van de nieuwe residential district commissioner. Een hoge pief binnen de lokale overheid. Op de uitnodiging stond dat het begon om 12.00 in de middag en dat je op tijd moest komen. Met twee uitroeptekens. Mijn huisgenootje wilde me wel vergezellen en verzekerde me dat we dan het beste om half drie konden arriveren. “ Dan zijn de speeches voorbij en staat het bier op tafel.” Nou, dat klonk wel goed.

 Even later komen we aan in een totaal verlaten veld. De stoelen zijn leeg, er lopen een aantal verveelde beveilgingsmensen rond en er is geen bier. Geen reden om te blijven dus. Om 19.00 proberen we het nog een keer. Inmiddels zijn de stoelen bezet en wordt het eten geserveerd. Maar na twee weken Pader, weet ik inmiddels dat dit geen garantie biedt dat er ook snel aan het eten wordt begonnen. 

De een na de andere district officer, chief, ambtenaar, director of wat dan ook krijgt het woord waarbij minimaal de eerste 20 minuten worden besteed aan ‘ ik heb niet veel te vertellen en ik bedank iedereen bij naam en toenaam voor zijn komst en ik dank iedereen dat ik, die niets te vertellen heeft, het woord mag nemen’. Als de vrouw (!) voor wie het feestje wordt gegeven het woord neemt, introdeert ze eerst haar hele familie (die het ritueel herhalen) en daarna haar collega’s van andere districten (die het ritueel herhalen) die op hun beurt ook weer collega’s naar voren halen (die het ritueel herhalen).

Ik had haar graag willen horen spreken, maar aangezien we graag nog gisteravond thuis wilde komen, is dat niet meer gelukt. Zij is aangewezen door de regering om deze positie te vervullen. Ze is 26 jaar, wat voor zo’n hoge positie nogal uitzonderlijk is. Tijdens het feest wordt de regering geprezen, zie je mensen in outfits rondlopen met het hoofd van de president en is de versiering in de kleur van de leidende partij, geel. Dit klinkt niet per se gek. Maar wel als je bedenkt dat nog maar een paar jaar geleden (van 1986 tot 2006) de regering (mede) verantwoordelijk is geweest voor de enorme ellende hier.

Nadat Musevini, de huidige president, na een coup de macht greep, brak in het noorden de hel los. Kort gezegd, het noorden heeft zich sinds de kolonisatie achtergesteld gevoeld. De mensen in het noorden werden gebruikt als militairen en kregen geen onderwijs. De mensen in het zuiden kregen de ambtenaren baantjes en werden wel onderwezen.Toen Museveni dus de macht greep, groeide de ontevredenheid in het noorden. Een nieuwe rebellengroep was geboren: de Lord Resistance Army onder leiding van Joseph Kony. De boodschap van de LRA was in eerste instantie het omver werpen van de overheid, maar later is deze nogal diffuus geworden aangezien het onder leiding van ‘hogere sferen’ dood en verderf zaaide onder de eigen bevolking.

De overheid nam de filosofie over van Mao: terrosten worden vernietigd als de lokale bevoling ze niet kan ondersteunen. Dus besloot de overheid de mensen in grote kampen te stoppen. Uiteindelijk zijn duizenden mensen met geweld verdreven uit hun dorpen. Als de mensen niet hun dorpen verlieten werden ze gezien als terroristen en ook als zodanig behandelt. De dorpen werden door de overheid geplunderd en in brand gestoken. Met hulp van de World Food Programme konden mensen in zo’n grote schaal in kampen worden geplaatst.

 Deze zogenaamde beschermingskampen waren alles behalve een veilige haven. Als revanche, voerde de LRA regelmatig gruwelijke aanvallen uit op de eigen bevolking in de kampen. Het leger was er om de mensen te beschermen, maar die zaten in het centrum van de kampen en waren dus het minst kwetsbaar. In werkelijkheid kwam het leger pas de volgende dag de schade opnemen.

De lokale bevolking zat dus twee vuren in: als ze in hun dorpen bleven, werden ze aangevallen door de overheid en als ze in de kampen waren, werden ze aangevallen door de LRA. Het is soms ongeloofelijk als je je bedenkt wat hier allemaal is gebeurd.  Kinderen zijn ontvoerd door de LRA en tot kindsoldaat gemaakt. Vrouwen zijn verkracht en ontzettend veel mensen zijn hier vermoord. Iedereen die je hier tegenkomt heeft wel wat meegemaakt. Niet echt gezellig!

Maar goed, voordat dit ook een ellenlang verhaal wordt: met mij gaat het hier verder goed. Ik moet nog wel wennen aan mijn nieuwe levenstijl: 6 uur opstaan, koude douche, 1 keer in de drie dagen mijn haar wassen, insekten, verstikkende geuren, onthouding van verslavende middelen, rijst met bonen etc.!  Ik denk aan jullie en vertel gauw (...) meer!

Heeeeeel veel liefs!!





woensdag 9 maart 2011

dag voor vertrek

Beste mensen,

Ik kan het zelf nog niet geloven maar dit zijn dan toch mijn eerste letters hier op het beeldscherm.  De verhalen komen later want heb nog geen spannende dingen meegemaakt aangezien ik nog in NL ben. Maar goed, mijn tas is al bijna ingepakt en straks ga ik taart eten! Vannacht komen vast ergens wel de kriebels en morgenochtend de paniekaanvallen.

Liefs!